|
Sint Valentijn wordt
algemeen beschouwd als de beschermheilige van geliefden. Omdat men
aanneemt dat Valentijnsdag bestaat ter nagedachtenis aan een heilige die
grote waarde hechtte aan liefde en romantiek, wisselen vele geliefden op
deze dag geschenken en liefdesbrieven (of "Valentijntjes")
uit. Het is niet helemaal duidelijk waar de oorsprong van deze traditie
ligt, maar het is vermoedelijk een mengeling van heidense rituelen,
Christelijk geloof, laat-middeleeuwse en Renaissance praktijken, 18de en
19de eeuws sentimentalisme en 20ste eeuwse commerciële belangen.
In de officiële Roomse
Geschiedenis van Martelaren staan er op 14 februari twee Valentijnen
genoteerd. Eén was een priester, vermoedelijk martelaar gemaakt onder
de Romeinse keizer Claudius II Gothicus (268-270 n. Chr.), de tweede was
een Bisschop van Terni (een provincie in midden Italië), die in
dezelfde periode te Rome de marteldood stierf. Beider
"Handelingen" (de geschreven verslagen van hun leven en dood)
zijn echter onbetrouwbaar en het niet ondenkbaar dat deze twee personen
in feite een en dezelfde waren. Geen van beiden lijkt overigens enige
duidelijk connectie te hebben met geliefden of minnende paren. Een
andere mogelijkheid is de populaire legende van de priester Valentijn,
die jonge stellen in het geheim in het huwelijk liet treden. Omdat hij
hiermee een keizerlijk decreet overtrad, dat soldaten verbood te huwen -
omdat ongebonden mannen betere soldaten zijn - liet keizer Claudius II
deze Valentijn onthoofden.
Een meer voor de hand
liggende uitleg voor dit beschermheerschap is dat vogels omstreeks 14 februari
met paren beginnen. Geoffrey Chaucer schreef al: "For this was
on seynt Valentynes day, Whan every foul cometh ther to chese his mate"
("want het was op Sint Valentijnsdag, dat elke vogel een partner
kiest"). Andere bronnen associëren brengen de gewoonte van het
kiezen van een gezel op Valentijnsdag in verband met heidense tradities,
als een overblijfsel van het Romeinse Lupercalia feest.
Lupercalia, dat op 15 februari gevierd werd ter ere van de
vruchtbaarheidsgod Lupercus (Faun), was een van de belangrijkste
feesten van de Romeinse kalender,. Tijdens dit louteringsevenement was
het de gewoonte voor nog ongehuwde jonge vrouwen hun namen in een grote
kom te gooien, waarna de jonge ongehuwde mannen een naam moest trekken.
Gedurende de feestelijkheden waren de twee jonge mensen elkaars partner
en als er iets moois tussen hen opbloeide, hoefden zij het volgende jaar
niet meer aan de trekking mee te doen. Toen de macht van het Christendom
in Europa groeide, begon de kerk dergelijke heidense feestelijkheden te
verbieden en werd Lupercalia vervangen door Valentijnsdag.
|